ECLI:NL:CRVB:2024:452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor koel-vriescombinatie wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een koel-vriescombinatie, welke door het college werd afgewezen omdat de kosten als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden beschouwd die uit het inkomen moeten worden voldaan. Appellante stelde dat haar medische situatie bijzondere omstandigheden vormde die het onmogelijk maakten deze kosten zelf te dragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om een dwangsom af omdat de beslistermijn niet was overschreden. Appellante ging in hoger beroep, stellende dat de beslistermijn korter was dan het college stelde en dat het college haar op grond van het vertrouwensbeginsel toch bijzondere bijstand had moeten verlenen.
De Raad oordeelde dat de Commissie Sociaal Domein een onafhankelijke commissie is waardoor de beslistermijn twaalf weken bedraagt en dat het college tijdig heeft beslist. Daarnaast heeft appellante onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet kon reserveren voor de kosten en dat haar medische situatie bijzondere omstandigheden oplevert die rechtvaardigen dat de kosten niet uit het inkomen kunnen worden voldaan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het college geen toezeggingen heeft gedaan en elke aanvraag afzonderlijk beoordeeld moet worden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Appellante krijgt geen vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de koel-vriescombinatie wordt bevestigd.