ECLI:NL:RBZWB:2023:2698
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor koel-vriescombinatie bevestigd
Eiseres heeft bij het college een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een koel-vriescombinatie, welke is afgewezen. Hiertegen maakte zij bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat het college de beslistermijn rechtsgeldig had verlengd met zes weken, waardoor geen dwangsom toekwam.
De rechtbank stelde vast dat de kosten van een koel-vriescombinatie in beginsel uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden aantoonbaar maken dat dit niet mogelijk is. Eiseres heeft niet met objectieve gegevens onderbouwd dat zij niet kon reserveren of niet in staat was de kosten via gespreide betaling te voldoen. Bovendien heeft zij inmiddels zelf een koel-vriescombinatie aangeschaft.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, omdat andere zaken niet ter beoordeling lagen en onvoldoende onderbouwd waren. Ook een verzoek om schadevergoeding wegens immaterieel leed en onbehoorlijk bestuur werd afgewezen, omdat eiseres geen bewijs van schade leverde en de situatie niet aan de vereisten voldeed.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de bezwaar- en beroepsfase binnen de redelijke termijn van twee jaar blijft, zodat ook een schadevergoeding wegens overschrijding van de beslistermijn niet toekomt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor een koel-vriescombinatie is ongegrond verklaard.