ECLI:NL:CRVB:2024:488

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
21/4588 WLZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door het CIZ

Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar heeft dit hoger beroep bij brief van 17 april 2023 ingetrokken. Betrokkene heeft daarop verzocht om het CIZ te veroordelen in de proceskosten die in hoger beroep zijn gemaakt. Het CIZ stemde in met een vergoeding van de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) overwogen dat bij intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan het bestuursorgaan op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank had het CIZ reeds veroordeeld in de kosten die betrokkene had gemaakt in verband met bezwaar en beroep, zodat nu alleen de kosten in hoger beroep worden toegewezen.

De proceskosten worden begroot op €837, wat overeenkomt met één punt voor het indienen van het verweerschrift volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ dan ook tot betaling van dit bedrag aan betrokkene. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 13 maart 2024.

Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €837 aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 maart 2024
21/4588 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 december 2021, 21/912 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het CIZ
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 17 april 2023 heeft het CIZ het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. M. Alta, advocaat, verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten.
Het CIZ heeft bij brief van 11 juli 2023 laten weten akkoord te gaan met een vergoeding van de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Het CIZ heeft het hoger beroep ingetrokken. Dit geeft aanleiding om het CIZ te veroordelen in de proceskosten.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het CIZ reeds veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Gelet hierop wordt het CIZ alleen nog veroordeeld in de door betrokkene in hoger beroep gemaakte kosten. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2024.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) A. Giesen