ECLI:NL:CRVB:2024:518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westerveld waarin de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning voor de periode van 5 oktober 2020 tot en met 8 november 2022 werd vastgesteld op 244 minuten per week. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het college overlegde een nieuw besluit van 9 augustus 2023 waarin voor een toekomstige periode van 14 augustus 2023 tot en met 13 augustus 2026 een maatwerkvoorziening van 150 minuten per week werd toegekend. De Raad stelde vast dat het hoger beroep betrekking had op een reeds verstreken periode en dat het toekennen van huishoudelijke ondersteuning met terugwerkende kracht niet mogelijk is.
De gemachtigde van appellant gaf aan dat er belang was bij een inhoudelijke beoordeling vanwege een gewenste wijziging van de maatwerkvoorziening, maar kon dit niet nader toelichten omdat hij niet ter zitting verscheen. De Raad oordeelde dat er geen aannemelijk toekomstig belang was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.