ECLI:NL:CRVB:2024:569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig heftruckchauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde een arbeidsongeschiktheid van 20,24% vast en weigerde de uitkering. In bezwaar en beroep werd een nieuwe FML opgesteld met een arbeidsongeschiktheid van 34,46%, maar dit bleef onder de 35%-grens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige de belastbaarheid juist had beoordeeld.
Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn beperkingen niet volledig waren meegewogen, dat nieuwe medische informatie onvoldoende was onderzocht en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschrijden. Hij verzocht om nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek.
De Raad oordeelde dat appellant zijn gronden niet had geconcretiseerd en geen nieuwe relevante medische informatie had ingebracht. De verzekeringsarts had appellant al onderzocht en de medische gegevens beoordeeld zonder aanleiding voor een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.