ECLI:NL:CRVB:2024:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag Wlz-zorg bij psychische stoornis en verstandelijke handicap
Appellant heeft op 4 december 2020 een aanvraag gedaan voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat er geen noodzaak was voor permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid, mede omdat verbetering van de situatie mogelijk werd geacht door behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, onder meer via een telefonisch onderzoek door de medisch adviseur. De medische adviezen waren gebaseerd op onder meer een intelligentieonderzoek uit 2007 en recente medische informatie. Hoewel appellant een chronische psychiatrische aandoening en verstandelijke handicap heeft, is niet vastgesteld dat hij een blijvende behoefte heeft aan 24-uurszorg. Het ontbreken van recente behandeling en de mogelijkheid tot verbetering door behandeling spelen hierbij een rol.
Appellant voerde aan dat nader intelligentieonderzoek had moeten plaatsvinden en dat zijn situatie niet zal verbeteren, maar de Raad oordeelde dat het aan appellant was om dit met medische stukken te onderbouwen, wat niet is gebeurd. De medische adviezen zijn concludent en navolgbaar. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor Wlz-zorg wordt afgewezen wegens het ontbreken van een blijvende noodzaak voor 24-uurszorg of permanent toezicht.