ECLI:NL:CRVB:2018:3893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging indicatie behandeling individueel wegens ontbreken beperkingen voor 18e levensjaar
Appellante, geboren in 1986, heeft ernstige psychische klachten die vanaf 2013 tot enkele opnames leidden. In 2014 werd vastgesteld dat zij functioneerde op licht verstandelijk beperkt niveau met een IQ van 50. Het CIZ stelde in 2015 een indicatie voor behandeling individueel vast, maar beëindigde deze in 2016 omdat niet was aangetoond dat de beperkingen voor haar 18e levensjaar aanwezig waren.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij het medisch advies van het CIZ als zorgvuldig en gemotiveerd werd beoordeeld. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was en dat haar beperkingen wel voor haar 18e levensjaar bestonden.
De Raad concludeert dat het CIZ terecht heeft geoordeeld dat de beperkingen pas na haar 18e levensjaar zijn ontstaan, mede gelet op het arbeidsverleden en onderwijs van appellante. Hoewel appellante niet persoonlijk is onderzocht, is dit gebrek niet benadelend omdat voldoende relevante informatie is verkregen. De Raad bevestigt het bestreden besluit en veroordeelt het CIZ in de proceskosten.
Uitkomst: De indicatie voor behandeling individueel is terecht beëindigd omdat de beperkingen niet voor het 18e levensjaar aanwezig waren.