ECLI:NL:CRVB:2024:577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen een bepaalde termijn. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift en hoger beroep. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is geweest, omdat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat zij niet in verzuim was.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander in aanwezigheid van griffier A. Giesen op 27 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.