ECLI:NL:RBDHA:2023:4729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gefingeerd dienstverband en intrekking WAZO-, WW- en ZW-uitkeringen
Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking van door het UWV toegekende WAZO-, WW- en ZW-uitkeringen, omdat volgens het UWV geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking maar van gefingeerde dienstverbanden met haar onderneming.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en onderzocht of tussen eiseres en de onderneming een dienstbetrekking bestond die recht gaf op werknemersverzekeringen. Het UWV voerde een onderzoek uit, ondersteund door een rapport van de Belastingdienst en gesprekken met eiseres en haar broer, die bestuurder was van een tussenholding.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen gezagsverhouding was en dat eiseres onvoldoende tegenbewijs had geleverd. De loonstijging, werkzaamheden na beëindiging van het dienstverband en het gebruik van haar naam in NOW-aanvragen en loonheffingen spraken tegen een dienstverband. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de intrekking van de uitkeringen en invordering van het te veel betaalde bedrag.
Eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 4 april 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van de uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband is ongegrond verklaard.