ECLI:NL:CRVB:2024:633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen wegens ontbreken van gronden tegen rechtbankuitspraken bij bijstandszaak
Appellant heeft bij het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers een aanvraag voor bijstand ingediend, die aanvankelijk werd afgewezen wegens onvoldoende informatie. Na bezwaar werd gedeeltelijk bijstand toegekend voor juni en juli 2020, maar ingetrokken per augustus 2020. Tevens werd een voorschot teruggevorderd en een aanvraag voor bijzondere bijstand voor bewindvoering afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad stuurde een regiebrief waarin werd aangegeven dat in het hoger beroepschrift geen concrete gronden waren vermeld tegen de rechtbankuitspraken. Ondanks verzoeken heeft appellant geen aanvullende gronden aangevoerd.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is, verklaart het ongegrond en wijst verzoeken om proceskostenvergoeding en griffierecht af. Er vindt geen zitting plaats en het onderzoek wordt gesloten.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.