ECLI:NL:CRVB:2024:655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk bevestigd
Appellant, werkzaam als dikwandig CV-monteur, ontving een Ziektewet-uitkering na ziekmelding in oktober 2020. Het UWV beëindigde deze uitkering per 2 september 2021, omdat medisch onderzoek aangaf dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn rugklachten en medische beperkingen hem ongeschikt maakten voor zwaar lichamelijk werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was een deskundige te benoemen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van degeneratieve afwijkingen, scoliose en een vermoeden van kanaalstenose, en dat hij financieel niet in staat was een eigen deskundigenonderzoek te laten verrichten.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de door appellant ingebrachte medische stukken onvoldoende twijfel zaaiden over de juistheid van het medisch oordeel van het UWV. Er was geen schending van het gelijkheidsbeginsel en geen aanleiding tot het inschakelen van een deskundige. Het hoger beroep werd verworpen en de beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 2 september 2021 wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.