ECLI:NL:CRVB:2024:68
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende arbeidsgeschiktheid ondanks medische beperkingen
Appellante, voormalig tomateninpakster, kreeg een Ziektewet-uitkering die per 4 augustus 2020 werd beëindigd door het UWV, omdat zij volgens medisch onderzoek geschikt was voor ten minste drie eerder geselecteerde functies met een arbeidsgeschiktheid van minimaal 65%.
Appellante voerde aan dat haar medische beperkingen, waaronder psychische klachten en fibromyalgie, haar ongeschikt maakten voor deze functies, en dat er sprake moest zijn van een urenbeperking. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van eerdere functionele mogelijkhedenlijsten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en benadrukte dat op grond van artikel 19 ZW Pro de uitkering kan worden beëindigd indien de betrokkene geschikt is voor ten minste drie functies met voldoende loonwaarde. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie aan die het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep zou ondermijnen. De Raad wees het hoger beroep af en liet de beëindiging van de ZW-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering van appellante heeft beëindigd wegens voldoende arbeidsgeschiktheid.