ECLI:NL:CRVB:2024:692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante ontvangt sinds 2018 een WGA-uitkering die in 2020 werd omgezet in een vervolguitkering. Na melding van verergerde klachten werd een medisch onderzoek uitgevoerd, waarbij een arbeidsdeskundige bepaalde dat appellante geschikt was voor bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheid van 30,99%. Het UWV beëindigde daarop de uitkering en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellante niet waren onderschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, mede door medicatiebijwerkingen, niet volledig waren meegewogen. Tevens stelde zij dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de verzekeringsarts terecht op eigen oordeel mocht varen en dat recente medische informatie was betrokken. De door appellante genoemde bijwerkingen waren niet met objectieve medische gegevens onderbouwd. Er was geen reden om een urenbeperking aan te nemen of de arbeidskundige beoordeling te betwijfelen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de beëindiging van de WIA-uitkering gehandhaafd en het verzoek om inschakeling van een onafhankelijke arbeidsdeskundige afgewezen. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering van appellante na zorgvuldig medisch onderzoek.