ECLI:NL:CRVB:2024:695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking en terugvordering bijstand wegens onredelijke termijn
In deze zaak verzocht appellant om herziening van een besluit van het college tot intrekking en terugvordering van bijstand en koopkrachttegemoetkoming. Het oorspronkelijke besluit was gebaseerd op weigering medewerking aan een huisbezoek en leidde tot terugvordering van €8.104,94. Appellant stelde dat er sprake was van nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden, waaronder zijn bewindvoering en stressklachten, en dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden die tot een ander besluit konden leiden. Ook de getuigenverklaring van de verhuurster was niet nieuw, omdat deze eerder had kunnen worden overgelegd. Hoewel het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist was voor wat betreft de feitelijke grondslag voorafgaand aan het huisbezoek, woog het belang van rechtszekerheid zwaar mee.
Het verzoek om herziening was bovendien onredelijk laat ingediend, ruim vijfeneenhalf jaar na de beslissing op bezwaar. Hierdoor was nader onderzoek naar de feitelijke situatie niet meer mogelijk. De Raad concludeerde dat de afwijzing van het herzieningsverzoek niet evident onredelijk was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek tegen het oorspronkelijke besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten en het onredelijk late tijdstip van indiening.