ECLI:NL:CRVB:2024:716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 25 november 2022 te beëindigen, omdat hij vanaf die datum een uitkering op grond van de Algemene ouderdomswet ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat het hoger beroep niet gericht was tegen de beëindiging zelf, maar tegen het mislopen van pensioenopbouw en stelde het UWV aansprakelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat alleen procesbelang bestaat indien het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en van betekenis is voor de indiener. Het herstel van pensioenopbouw kan niet via dit hoger beroep worden bereikt, waardoor procesbelang ontbreekt.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien tot veroordeling in proceskosten. Appellant was niet verschenen bij de zitting, het UWV werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.