Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
), heeft de minister de aanvraag voor de maanden maart 2021 tot en met december 2021 afgewezen. Appellante kan volgens de minister in die periode niet worden aangemerkt als migrerend werknemer.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, met de Spaanse nationaliteit, vroeg studiefinanciering aan voor maart 2021 op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Zij overhandigde een arbeidsovereenkomst met ingang van 10 maart 2021. De minister wees de aanvraag voor maart 2021 af omdat appellante op de eerste dag van die maand nog geen migrerend werknemer was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering niet-ontvankelijk wegens verlies van procesbelang en oordeelde dat appellante pas vanaf 1 april 2021 recht heeft op studiefinanciering. Appellante stelde in hoger beroep dat dit leidt tot verboden indirecte discriminatie omdat Nederlandse studenten geen dergelijke eis hebben.
De Raad overwoog dat de peildatum bepalend is voor het migrerend werknemerschap en dat het feit dat de arbeidsovereenkomst pas op 10 maart 2021 inging betekent dat appellante op 1 maart 2021 nog geen werknemer was. Hierdoor heeft zij geen recht op studiefinanciering over maart 2021. Er is geen sprake van indirecte discriminatie omdat niet-Nederlanders pas met Nederlanders worden vergeleken zodra zij werknemer zijn geworden. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op studiefinanciering over maart 2021 omdat zij op de peildatum nog geen migrerend werknemer was.