ECLI:NL:CRVB:2024:772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 2008 meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die steeds is afgewezen door het UWV. Het eerste besluit van 14 juli 2008 wees de aanvraag af omdat appellant niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt. Latere aanvragen en bezwaren werden eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de medische stukken en andere documenten geen bewijs bevatten van afwezigheid van arbeidsvermogen op de zeventiende en achttiende verjaardag van appellant. Appellant voerde aan dat zijn bijzondere persoonlijke situatie, waaronder een eerdere PIJ-maatregel en psychiatrische diagnose, tot een andere beoordeling zou moeten leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten zijn die het eerdere besluit onjuist maken. De aangevoerde medische rapporten en gerechtelijke uitspraken bevatten geen nieuwe of relevante informatie over de situatie op het moment van de zeventiende en achttiende verjaardag. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 14 juli 2008 tot afwijzing van de Wajong-aanvraag.