ECLI:NL:RBDHA:2023:3829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Eiser heeft meerdere keren een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend, waarvan de eerste in 2008 werd afgewezen omdat hij op zijn zeventiende geen ziekte of gebrek had. Latere aanvragen werden eveneens afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. In 2021 diende eiser opnieuw een aanvraag in, die door het UWV werd afgewezen en waartegen hij bezwaar maakte. De rechtbank beoordeelde of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere besluit konden wijzigen.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. Medische rapporten toonden geen bewijs dat de psychiatrische stoornis al op zijn zeventiende bestond. Ook de door eiser aangevoerde detentie en PIJ-maatregel waren al bekend en konden eerder zijn ingebracht. Het beroep op afwijking van beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro werd verworpen omdat geen beleidsregels van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht het verzoek tot herziening van het besluit had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.