ECLI:NL:CRVB:2024:81
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek herziening
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens vaste rechtspraak een hoger beroep tegen een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om herziening niet mogelijk is, omdat deze uitspraak niet valt onder de bepalingen die hoger beroep toestaan.
De Raad benadrukt dat een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om herziening geen uitspraak is als bedoeld in afdeling 8.2.6 of artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar onder titel 8.6 valt. Hierdoor is de Raad niet bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad verklaart zich dan ook onbevoegd en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het af.