ECLI:NL:CRVB:2024:81

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
22/3682 TONK
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:86 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek herziening

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens vaste rechtspraak een hoger beroep tegen een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om herziening niet mogelijk is, omdat deze uitspraak niet valt onder de bepalingen die hoger beroep toestaan.

De Raad benadrukt dat een niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek om herziening geen uitspraak is als bedoeld in afdeling 8.2.6 of artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar onder titel 8.6 valt. Hierdoor is de Raad niet bevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen deze uitspraak.

De Raad verklaart zich dan ook onbevoegd en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het af.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 januari 2024
22/3682 TONK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 november 2022, 22/4179 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het Drechtstedenbestuur (bestuur)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek van appellant tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard.
Uit vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2804) volgt dat de Raad niet bevoegd is kennis te nemen van een hoger beroep dat zich richt tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank van een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een dergelijke uitspraak, inhoudende het niet-ontvankelijk verklaren van een verzoek om herziening, is immers geen uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb, noch een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86 van Pro de Awb, of een daarmee op één lijn te stellen uitspraak ten gronde die volgt na een toewijzing van een verzoek om herziening, maar een uitspraak als bedoeld in titel 8.6 van de Awb.
Tegen de aangevallen uitspraak kan derhalve geen hoger beroep worden ingesteld, zodat de Raad zich kennelijk onbevoegd verklaart.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2024.
(getekend) J.J. Janssen
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.