Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een bijstandsuitkering. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellante alsnog in aanmerking gebracht voor een bijstandsuitkering over de periode van 30 september 2019 tot en met 11 november 2019, waarmee volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Naar aanleiding hiervan heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten.
De Raad heeft geoordeeld dat het college op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kan worden in de proceskosten. De proceskosten zijn begroot op € 1.750,- voor het beroep en € 875,- voor het hoger beroep, plus vergoeding van de betaalde griffierechten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het college veroordeeld tot betaling van in totaal € 2.625,- aan proceskosten en de griffierechten van € 48,- (beroep) en € 131,- (hoger beroep). De uitspraak is gedaan op 23 april 2024.