ECLI:NL:CRVB:2024:819
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A.H. van Dalen-van Bekkum
- D. HardonkPrins
- A. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp
Appellante, geboren in 1937, ontvangt op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp van het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen. Zij verzocht om uitbreiding van deze hulp, met name voor ondersteuning bij de wasverzorging. Het college besloot echter dat zij geen ondersteuning bij de wasverzorging nodig had, omdat zij gebruik kon maken van een algemene voorziening was- en strijkservice.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de behandeling van het hoger beroep verscheen appellante niet, hoewel zij was opgeroepen. Het college gaf aan dat appellante in de praktijk haar was verzorgde met hulp van haar kinderen en dat zij tevreden was met deze situatie. Appellante had geen bezwaar gemaakt tegen deze oplossing en had zelfs overwogen het hoger beroep in te trekken.
De Raad oordeelde dat appellante geen procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep, omdat het bestreden besluit betrekking had op een periode die grotendeels was verstreken en omdat er geen aanwijzingen waren dat een inhoudelijk oordeel van belang zou zijn voor toekomstige perioden of schadevergoeding. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees de vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.