ECLI:NL:CRVB:2024:636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij niet-toekenning vergoeding bezwaarkosten in WMO-maatwerkvoorziening
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten over de toekenning van een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning voor de periodes juni 2018 tot en met 2019 en 2020. Het college verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 2019 niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen het besluit van 2020 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de besluiten betrekking hadden op verstreken perioden en er geen schade was gesteld of onderbouwd.
Appellante stelde in hoger beroep dat er wel procesbelang was vanwege het niet toegekend krijgen van vergoeding van bezwaarkosten. De Raad oordeelt dat procesbelang alleen aanwezig is als het resultaat van het beroep daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Het enkele niet toekennen van bezwaarkosten levert voortaan geen zelfstandig procesbelang meer op, gelijk aan de situatie bij proceskosten in beroep en hoger beroep.
De Raad benadrukt dat deze lijn is ingegeven door maatschappelijke overwegingen over het voorkomen van ondoelmatig procederen enkel om kostenvergoedingen te verkrijgen. Een uitzondering geldt als het bestuursorgaan het besluit in bezwaar herroept zonder bezwaarkosten te vergoeden terwijl daar wel om is gevraagd, wat hier niet aan de orde is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.