ECLI:NL:CRVB:2024:820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij maatwerkvoorziening wasverzorging
Appellante, geboren in 1938, ontvangt op grond van de Wmo 2015 huishoudelijke hulp vanwege beperkingen bij huishoudelijke taken. Na een verzoek tot uitbreiding van deze hulp heeft het college een maatwerkvoorziening toegekend die geen ondersteuning bij wasverzorging omvat, omdat appellante gebruik kan maken van de algemene voorziening was- en strijkservice.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante deels gegrond, met name voor vergoeding van bezwaarkosten, maar liet het bestreden besluit verder in stand. Appellante ging in hoger beroep omdat zij meent recht te hebben op een maatwerkvoorziening voor wasverzorging.
De Raad oordeelt dat appellante geen procesbelang heeft omdat zij zelf heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de algemene wasvoorziening en de fijne was zelf doet met hulp van haar kinderen. Uit het dossier blijkt geen ontevredenheid over deze oplossing. Appellante is niet verschenen op de zitting en heeft niet gereageerd op de toelichting van het college.
Daarom verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.