ECLI:NL:CRVB:2024:823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van haar beperkingen, waaronder angst- en paniekaanvallen en zwakbegaafdheid. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek geconcludeerd dat zij arbeidsvermogen bezit en heeft de uitkering geweigerd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusies logisch en goed gemotiveerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar problematische jeugd, laaggeletterdheid en zwakbegaafdheid zouden moeten leiden tot toekenning van de uitkering. De Raad oordeelt echter dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. De arbeidsdeskundige heeft toegelicht dat basale werknemersvaardigheden aanwezig zijn en de taak handmatig afwassen geschikt is.
Het verzoek van appellante om een onafhankelijke deskundige te benoemen wordt afgewezen, mede omdat zij onvoldoende medische informatie over haar situatie op haar 18e verjaardag heeft aangeleverd en de beschikbare informatie door het UWV adequaat is beoordeeld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt.