ECLI:NL:CRVB:2024:836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening korting AOW-pensioen ondanks fiscale nadelen door belastingverdrag
Appellant heeft bij besluit van 12 juni 2006 een AOW-pensioen toegekend gekregen met een korting van 32% vanwege 16 niet-verzekerde jaren door werkzaamheden in Duitsland. In 2022 verzocht appellant om herziening van dit besluit omdat het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland sinds 2016 leidt tot een hogere belastingdruk op zijn Duitse pensioen, waardoor hij financieel wordt benadeeld.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat de fiscale situatie geen nieuw feit of omstandigheid is die herziening rechtvaardigt. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de belastingheffing losstaat van het recht op AOW-pensioen en dat compensatie via de Svb niet aan de orde is.
Appellant voerde aan dat het belastingverdrag leidt tot discriminatie en dubbele financiële lasten, maar de Raad oordeelde dat de korting op het AOW-pensioen terecht is toegepast volgens dwingende wettelijke bepalingen. De Raad onderschrijft de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarbij appellant het griffierecht niet terugkrijgt.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de korting op het AOW-pensioen wordt afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.