ECLI:NL:CRVB:2024:844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij 51,24% arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 10 juli 2016 arbeidsongeschikt en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 0% vast, maar na bezwaar kende het UWV per 8 juli 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 51,24%. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hadden dit vastgesteld na medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Appellant voerde aan dat de verzekeringsarts contact had moeten opnemen met de bedrijfsarts bij verschil van inzicht en dat er sprake was van een hogere mate van beperkingen, onder meer door medicijngebruik en rustbehoefte, maar deze stellingen zijn niet onderbouwd.
De Raad oordeelt dat het UWV de beperkingen en urenbeperking juist heeft vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de toekenning van de WGA-uitkering blijft in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering op basis van 51,24% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.