ECLI:NL:CRVB:2024:902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerker schoonmaak, meldde zich in maart 2019 ziek met lichamelijke klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De arbeidsdeskundige selecteerde vijf functies passend bij haar beperkingen, met een berekende arbeidsongeschiktheid van circa 5%.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ernstige rugklachten en pijn ervaart, ondersteund door neuroloograpporten, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de nieuwe medische informatie niet relevant is voor de situatie op de peildatum 24 mei 2021. De Raad onderschrijft de eerdere beoordeling dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en bevestigt de weigering van de WIA-uitkering. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.