Uitspraak
18.3398 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.M.M. Chevallier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als productiemedewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten na zwangerschap. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een eerstejaars beoordeling waarbij een verzekeringsarts haar belastbaarheid vaststelde en een arbeidsdeskundige geschikte functies aanwees. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onderschat waren en bracht zij aanvullende medische verklaringen in. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De subjectieve klachten van appellante zijn niet doorslaggevend; het gaat om medisch objectiveerbare beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellante en dat haar verdiencapaciteit juist was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.