ECLI:NL:CRVB:2024:903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting Wajong-uitkering bij verblijf in Turkije
Appellante, sinds 1992 Wajong-uitkeringsgerechtigde, verzocht het UWV haar uitkering te mogen exporteren naar Turkije vanwege een complementaire fytotherapiebehandeling voor borstkanker die zij daar wil ondergaan. Het UWV wees dit verzoek af omdat reguliere behandelingen in Nederland beschikbaar zijn en de combinatie met fytotherapie ook hier mogelijk is.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante geen medisch objectief bewijs leverde dat de gecombineerde behandeling alleen in Turkije mogelijk is. Ook het sociale netwerk in Turkije rechtvaardigt volgens de rechtbank geen uitzondering op het exportverbod.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar grondrechten werden geschonden en dat het UWV onvoldoende onderzoek deed naar de beschikbaarheid van de gecombineerde behandeling in Nederland. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het exportverbod terecht werd gehandhaafd, dat de hardheidsclausule niet van toepassing is en dat de verhuizing een eigen keuze betreft zonder medische noodzaak.
De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en concludeerde dat het financiële nadeel van het niet exporteren van de uitkering niet onevenredig is. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot export van de Wajong-uitkering naar Turkije wordt afgewezen en de uitkering beëindigd wegens verblijf buiten Nederland.