ECLI:NL:CRVB:2024:910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering terecht wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze per 7 mei 2021 omdat zij volgens onderzoek meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar medische beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst op met aanvullende beperkingen, maar concludeerde dat voldoende geschikte functies overbleven voor een verdiencapaciteit boven 65%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de medische beoordeling zorgvuldig en navolgbaar is en dat appellante geen medische informatie heeft ingebracht die het oordeel van het UWV ondermijnt. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijk deskundige wordt afgewezen.
De Raad concludeert dat de beëindiging van de Ziektewet-uitkering terecht is en dat appellante geen recht heeft op vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 7 mei 2021 wordt bevestigd.