ECLI:NL:CRVB:2024:917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die steeds is geweigerd omdat hij geen duurzaam arbeidsongeschikt is. Na een eerdere afwijzing in 2017 en daaropvolgende procedures, heeft appellant opnieuw verzocht om terug te komen op die weigering, zowel voor het verleden als de toekomst.
De Centrale Raad van Beroep heeft beoordeeld of het UWV terecht heeft besloten niet terug te komen op de eerdere weigering. Uit de medische stukken, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en brieven van behandelaars, blijkt dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die een andere beoordeling rechtvaardigen. De situatie van appellant blijft niet duurzaam arbeidsongeschikt, en er zijn nog behandelmogelijkheden aanwezig.
De Raad concludeert dat het niet terugkomen van het UWV op de weigering niet evident onredelijk is en dat de zogenoemde duuraanspraken-jurisprudentie niet van toepassing is om het UWV te dwingen de weigering voor de toekomst te herzien.
Het hoger beroep wordt verworpen, de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand en de weigering van de Wajong-uitkering blijft gehandhaafd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd.