ECLI:NL:CRVB:2021:1223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege ADHD en PDD-NOS, die leiden tot concentratieproblemen, gedragsproblemen en woedeaanvallen. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant weliswaar geen arbeidsvermogen had, maar deze situatie niet duurzaam was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant ten minste vier uur per dag belastbaar was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door zijn autisme en ADHD niet in staat was eenvoudige taken langer dan een kwartier uit te voeren en veel begeleiding nodig had. De Raad overwoog dat het UWV het arbeidsvermogen zorgvuldig had beoordeeld aan de hand van het wettelijk kader en het Compendium Participatiewet. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant weliswaar niet over basale werknemersvaardigheden beschikte, maar dat dit niet duurzaam was omdat zijn mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich nog konden ontwikkelen.
De Raad nam het zorgplan en de medische rapportages mee en vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te wijzigen. Het ontbreken van arbeidsvermogen was niet duurzaam, zodat appellant geen recht had op een Wajong-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.