ECLI:NL:CRVB:2024:943
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-aanhangig hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De voorzieningenrechter van de Raad wees het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af, waarbij het college werd verplicht een bedrag van €132.000,- te storten op een geblokkeerde rekening. Verzoeker vroeg vervolgens om afrekening en uitbetaling van dit bedrag, wat werd aangemerkt als een verzoek tot wijziging van de voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 4 december 2023 werd dit verzoek aangehouden tot de behandeling van het hoger beroep op 8 februari 2024.
In een latere uitspraak van 2 mei 2024 werd geoordeeld dat het hoger beroep van het college slaagde en werd de eerdere uitspraak vernietigd. Hierdoor was het hoger beroep niet langer aanhangig. De voorzieningenrechter overwoog dat voor het treffen van een voorlopige voorziening een aanhangig hoger beroep vereist is, zowel formeel als materieel.
Omdat het hoger beroep niet meer aanhangig was, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J. Brand op 8 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet langer aanhangig is.