Niet is gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen volledig beeld heeft gehad van de medische situatie van appellant op zijn achttiende verjaardag en op de datum van de aanvraag. Uit de rapporten is gebleken dat de verzekeringsartsen rekening hebben gehouden met de (psychische) problemen van appellant. Daarbij heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep het in bezwaar ontvangen verslag van het Psychodiagnostisch Onderzoek van Antes uit 2021 en de adviesbrief van verzekeringsarts T. Elbertsen van 11 november 2021, dat is opgesteld voor de gemeente Rotterdam, betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen dat bij appellant de volgende door het onderzoek van Antes in 2021 en Elbertsen bevestigde beperkingen die de verzekeringsarts heeft beschreven van toepassing zijn:
•Respect, betrokkenheid en sympathie in relaties tonen en beantwoorden, inleving is
beperkt, stelt eigen belang boven dat van de ander;
•Hanteren van conflicten, appellant kan zich irriteren aan mensen die zijn zienswijze niet delen;
•Omgaan met meerderen, heeft weinig met regels en autoriteit, hij kan niet tegen kleineren;
•Besturen van een vervoermiddel in beroepsmatige zin, met name personenvervoer.
Appellant kan zakelijk samenwerken, hij heeft dat in het verleden ook gedaan. Hij toont geen
berouw, vindt zelf dat hij niets fout heeft gedaan en rationaliseert zijn gedrag. Hij voldoet
hiermee aan de antisociale persoonlijkheidsstoornis. Appellant is gevoelig voor autoriteitsconflicten en wantrouwend naar anderen, waardoor er nog forse beperkingen bestaan in zijn sociaal functioneren en samenwerken met anderen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft er verder op gewezen dat het onderzoek en advies van Elbertsen niet binnen de kaders van de Wajong is verricht en de situatie en behandelingen in 2021 betreft. Gelet op alle beschikbare informatie, die door de verzekeringsartsen in de beoordeling is betrokken, bestaat onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat en waarom appellant niet volledig arbeidsongeschikt is op medische gronden en dat er geen reden is om voor appellant een urenbeperking aan te nemen. Er is ook uitvoerig gemotiveerd waarom en onder welke voorwaarden appellant in staat is ten minste een uur aaneengesloten te werken en ten minste vier uur per dag belastbaar is.