ECLI:NL:CRVB:2024:970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens ontbreken toename beperkingen na verkeersongeval
Appellante was werkzaam als chauffeur/begeleidster en meldde zich ziek na een verkeersongeval. Na beëindiging van het dienstverband ontving zij een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 21 oktober 2021 op grond van een eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb), omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies.
Appellante meldde zich opnieuw ziek en kreeg per 21 januari 2022 opnieuw een ZW-uitkering, die het UWV echter per 24 januari 2022 beëindigde wegens het ontbreken van een toename van beperkingen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde met onder meer een nieuw medisch rapport dat verdergaande beperkingen stelde.
De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht concludeerde dat er geen objectieve verslechtering was ten opzichte van de EZWb. Het rapport van Calder Werkt gaf geen aanleiding tot wijziging, omdat het onderzoek later en in een ander kader was uitgevoerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 24 januari 2022 wordt bevestigd wegens het ontbreken van een toename van beperkingen.