ECLI:NL:CRVB:2025:1002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duo-scootmobiel voor begeleiding zoon bevestigd
Appellante, met fysieke beperkingen en depressieve klachten, vroeg het college om een duo-scootmobiel om haar zoon, geboren in 2013, te vervoeren. Het college wees dit verzoek af, gesteund door een onderzoek van Calder Werkt dat geen beperkingen bij de zoon vaststelde die een duo-scootmobiel rechtvaardigen. De rechtbank vernietigde een eerder besluit wegens onzorgvuldige voorbereiding, maar handhaafde later het afwijzingsbesluit na een nieuw onderzoek.
In hoger beroep voerde appellante geen nieuwe gronden aan en herhaalde zij eerdere argumenten. De Raad oordeelde dat het college terecht het advies van Calder Werkt had gevolgd. De mentale en fysieke beperkingen van appellante staan niet in de weg aan verantwoord gebruik van haar scootmobiel, mede omdat zij een gehandicaptenparkeerkaart bezit en een rijbewijs heeft.
De Raad stelde dat appellante haar zoon ook met de auto kan begeleiden en dat er geen medische noodzaak is voor een duo-scootmobiel. Het hoger beroep werd afgewezen, het bestreden besluit bleef in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De aanvraag voor een duo-scootmobiel wordt afgewezen omdat er geen medische noodzaak is vastgesteld.