ECLI:NL:CRVB:2025:1003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking huishoudelijke hulp ondanks COPD-klachten na heroverweging Wmo 2015
Appellante ontving sinds 2010 op grond van de Wmo 2015 drie uur huishoudelijke hulp per week. Na een heronderzoek door het college, mede ingegeven doordat haar kinderen meerderjarig werden en het gemeentelijk beleid wijzigde, werd de hulp teruggebracht tot 2 uur en 35 minuten per week. Appellante voerde aan dat haar COPD-klachten waren toegenomen en dat zij daarom recht had op meer hulp.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het college een medisch onderzoek mocht verlangen om vast te stellen of extra hulp medisch noodzakelijk was. Appellante weigerde mee te werken aan dit onderzoek, waardoor het college niet kon vaststellen dat meer hulp nodig was. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat het college bevoegd is om periodiek te heroverwegen.
In hoger beroep stelde appellante dat het college onterecht de nieuwe regelgeving toepaste en dat haar COPD een grond was voor extra hulp. De Raad oordeelde dat het college terecht het geldende recht toepaste en dat zonder medisch onderzoek niet kon worden vastgesteld dat extra schoonmaak noodzakelijk was. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot verstrekking van 2 uur en 35 minuten huishoudelijke hulp per week blijft gehandhaafd.