Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Op 11 november 2020 is namens appellante een aanvraag gedaan om een verlenging van deze voorziening voor jeugdhulp.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, die sinds 2015 een voorziening voor jeugdhulp ontvangt, vroeg in november 2020 om verlenging van deze voorziening. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag in februari 2021 af, stellende dat de hulpvraag onder de eigen kracht van het gezin viel. Na bezwaar verklaarde het college in januari 2022 het bezwaar gegrond wegens onzorgvuldige voorbereiding en bood appellante een nieuwe mogelijkheid om mee te werken aan een onderzoek naar haar hulpbehoefte.
Tijdens de beroepsprocedure liet het college een onafhankelijk sociaal-medisch onderzoek uitvoeren, maar appellante maakte gebruik van haar blokkeringsrecht, waardoor het college het advies niet kon inzien. Het college stelde dat zonder dit advies de noodzaak en omvang van de jeugdhulp niet vastgesteld konden worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep betoogde appellante dat geen nader onderzoek nodig was omdat zij al jaren een voorziening ontving. De Raad oordeelde dat medewerking redelijkerwijs noodzakelijk was en dat het college zonder het medisch advies niet kon vaststellen welke hulp passend was. Door het blokkeringsrecht te gebruiken, had appellante onvoldoende medewerking verleend, waardoor de afwijzing terecht was. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor jeugdhulp wordt bevestigd vanwege onvoldoende medewerking van appellante.