ECLI:NL:CRVB:2025:1044
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens overschrijding redelijke termijn na intrekking hoger beroep WIA
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV in een WIA-procedure. Het UWV nam een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant, waarna appellant het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad stelde vast dat de totale procedureduur de redelijke termijn met 19 maanden had overschreden. De overschrijding in de bestuurlijke fase was voor rekening van het UWV en in de rechterlijke fase voor rekening van de Staat. De Raad bepaalde een schadevergoeding van € 2.000,-, verdeeld in € 421,- voor het UWV en € 1.579,- voor de Staat.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en beide partijen tot betaling van de proceskosten van appellant in verband met het verzoek om schadevergoeding. De beslissing werd genomen zonder zitting, na instemming van partijen met schriftelijke behandeling.
Uitkomst: Het UWV en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot betaling van proceskosten.