ECLI:NL:CRVB:2025:1088
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij beëindiging maatwerkvoorziening beschermd wonen
Verzoeker had een maatwerkvoorziening beschermd wonen ontvangen op grond van de Wmo 2015 voor de periode van 8 september 2024 tot 7 september 2025. Na het uitblijven van een besluit op een nieuwe aanvraag per 7 september 2025, stelde verzoeker een ingebrekestelling en startte beroep tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het college reeds een besluit had genomen voor de genoemde periode.
Vervolgens werd aan verzoeker de toegang tot zijn kamer ontzegd en heeft het college het besluit van 16 oktober 2024 herzien, waarbij de maatwerkvoorziening per 16 mei 2025 werd beëindigd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, die door de rechtbank werd afgewezen. Verzoeker diende meerdere verzoeken om voorlopige voorziening in bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter van de Raad oordeelde dat de verzoeken betrekking hadden op het besluit van 8 mei 2025, dat buiten de omvang van het lopende geschil viel en niet voldeed aan het materiële connexiteitsvereiste. Er was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde voorlopige voorziening rechtvaardigden. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van materiële connexiteit met het lopende geschil.