ECLI:NL:CRVB:2025:942
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in beschermd wonen niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit
Verzoeker had een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 gekregen voor de periode van 8 september 2024 tot en met 7 september 2025. Na het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag voor een nieuwe maatwerkvoorziening per 7 september 2025, stelde verzoeker een ingebrekestelling en startte een procedure bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het college al een besluit had genomen voor de periode tot 7 september 2025.
Vervolgens werd op 8 mei 2025 het eerdere besluit herzien en beëindigd omdat verzoeker niet aan de voorwaarden voldeed. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. Hij diende ook een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Centrale Raad van Beroep, die dit verzoek echter doorstuurde naar de rechtbank vanwege bevoegdheidsregels.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk was omdat het niet voldeed aan het materiële connexiteitsvereiste: het verzoek had betrekking op het besluit van 8 mei 2025, maar het beroep bij de Raad betrof het uitblijven van een besluit op een nieuwe aanvraag. Hierdoor was het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van materiële connexiteit.