ECLI:NL:CRVB:2025:1092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling beperkingen en passende functies
Appellant, voormalig productiemedewerker, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde zijn uitkering per 18 maart 2023, omdat hij volgens onderzoek meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies. Appellant betwistte dit en voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder energetische klachten, handfunctiestoornissen en psychische aandoeningen, onvoldoende zijn erkend.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een compleet beeld had van de medische situatie. De arbeidsdeskundige had de passendheid van functies gemotiveerd vastgesteld. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde bezwaren.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht de ZW-uitkering beëindigde. De Raad vond dat de beperkingen adequaat waren onderzocht en gemotiveerd, ook met betrekking tot handfuncties en energetische klachten. De geselecteerde functies overschrijden de belastbaarheid van appellant niet. Het hoger beroep werd afgewezen, waardoor de beëindiging van de uitkering gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd.