ECLI:NL:CRVB:2025:1138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op toelage munitieruimen wegens ontbreken renovatiewerkzaamheden
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Commandant Luchtstrijdkrachten van 13 februari 2024, waarin zijn bezwaar tegen het eerdere besluit van 25 augustus 2021 ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betreft de vraag of appellant recht heeft op een toelage voor het munitieruimen op grond van artikel 19 van Pro de Inkomstenregeling militairen (IRM).
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken en stelt vast dat appellant werkzaamheden verricht die hoofdzakelijk bestaan uit inspecties, preventief en correctief onderhoud en assembleren van munitiecomponenten. Deze werkzaamheden vinden plaats in een munitieonderhoudsgebouw en niet in een munitietechnische werkplaats. De Raad concludeert dat deze werkzaamheden niet kwalificeren als renovatiewerkzaamheden zoals bedoeld in artikel 19 IRM Pro, waarvoor de toelage is bedoeld.
De Raad overweegt dat renovatiewerkzaamheden complexere handelingen omvatten zoals het monteren en demonteren van munitie gevuld met springstof, wat alleen door munitietechnici in een munitietechnische werkplaats mag worden uitgevoerd. Appellant voert onderhoudswerkzaamheden uit die niet direct contact met explosieve stoffen vereisen en die niet vallen onder de definitie van renovatiewerkzaamheden.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van 13 februari 2024 blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 13 februari 2024 blijft in stand.