ECLI:NL:CRVB:2025:1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Wolfrat
- J.T.H. Zimmerman
- D.H. Harbers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens onjuiste toepassing kostendelersnorm
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor alleenstaanden tot september 2019, waarna het college de kostendelersnorm toepaste vanwege een vermeende kostendelende medebewoner. Na bewijs dat deze medebewoner studeerde, herzag het college het besluit en betaalde nabetaling over de vijf maanden van onjuiste toepassing.
Appellante verzocht vervolgens om immateriële schadevergoeding wegens stress veroorzaakt door deze onjuiste toepassing, begroot op €2.592,50. Het college wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor immateriële schadevergoeding en er geen sprake was van een onrechtmatig besluit.
De rechtbank wees het verzoek eveneens af en stelde dat appellante haar stress niet had onderbouwd. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, waarbij werd overwogen dat het ontbreken van onderbouwing van de immateriële schade het verzoek reeds fataal maakte, ongeacht de vraag of het besluit onrechtmatig was.
Het hoger beroep werd verworpen, de afwijzing van de schadevergoeding bleef in stand en appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van de gestelde stress.