ECLI:NL:CRVB:2025:124
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen binnen vijf jaar
Appellant verzocht om hernieuwde toekenning van een WAO-uitkering, stellende dat zijn beperkingen waren toegenomen binnen vijf jaar na de intrekking van zijn eerdere uitkering per 1 januari 2004. Het UWV had de uitkering destijds ingetrokken vanwege wederrechtelijk verkregen inkomsten. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanaf 1 juli 2008 geen inkomen meer had en dat zijn medische situatie verslechterd was, waardoor de WAO-uitkering herleefde. De Raad oordeelde dat de wet (artikelen 39a en 43a WAO) vereist dat er sprake moet zijn van een toename van de oorspronkelijke klachten binnen vijf jaar na intrekking om hernieuwde toekenning mogelijk te maken.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er geen nieuwe medische feiten waren die een toename van beperkingen aannemelijk maakten. De Raad volgde dit oordeel en verwierp het beroep. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat appellant geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geweigerd de WAO-uitkering toe te kennen.