ECLI:NL:CRVB:2025:1265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid ondanks moeilijke thuissituatie
Appellante had een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met psychische klachten, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd bevonden. De medische en arbeidskundige onderzoeken concludeerden dat zij niet geschikt was voor haar laatste werk, maar wel belastbaar voor geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsarts terecht sociale factoren zoals de thuissituatie buiten beschouwing liet. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat haar zorgtaken onvoldoende werden meegewogen, mede verwijzend naar nieuwe wetgeving over de menselijke maat.
De Raad volgde dit niet en bevestigde dat de medische beoordeling zorgvuldig was, dat migraine niet tijdig was gemeld en dat de thuissituatie volgens vaste rechtspraak niet meegewogen mag worden bij de belastbaarheid. Ook de arbeidskundige beoordeling was voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd verworpen, de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.