ECLI:NL:CRVB:2025:132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen per 21 oktober 2021, omdat volgens het UWV geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de beëindiging van haar eerdere WIA-uitkering op 14 oktober 2020.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard, omdat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor een toename van haar beperkingen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na behandeling van het hoger beroep.
De Raad overweegt dat volgens artikel 57, eerste lid, onderdeel b, van de Wet WIA het recht op een WGA-uitkering herleeft indien binnen vijf jaar na beëindiging van de eerdere uitkering sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak. Uit het medisch dossier, waaronder het rapport van deskundige Tilanus, blijkt dat de beperkingen van appellante niet zijn toegenomen in de relevante periode.
Appellante heeft geen nieuwe medische stukken overgelegd die een toename van beperkingen aantonen. Het UWV heeft bovendien aangetoond dat de toegenomen fysieke klachten niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of een nieuwe deskundige te benoemen.
Het hoger beroep wordt verworpen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de weigering tot toekenning van de WIA-uitkering blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht geen WIA-uitkering toekent wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.