ECLI:NL:CRVB:2025:1341
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering terecht; schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellante was ziekgemeld na een fietsongeval en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 8 februari 2021 omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in passende functies. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze beslissing ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van aanvullende medische beperkingen, waaronder een labrumscheur in de heup, en dat de redelijke termijn was overschreden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende rekening had gehouden met alle beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van november 2020. De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep waren deugdelijk en overtuigend, en appellante had geen nieuwe medische informatie aangeleverd. De Raad verwierp het argument dat de labrumscheur al op de datum in geding aanwezig was en dat dit tot meer beperkingen zou leiden.
Verder concludeerde de Raad dat de geselecteerde functies passend waren en dat de urenbeperking niet langer noodzakelijk was omdat therapieën waren beëindigd. De rechtbank had het UWV terecht niet veroordeeld in proceskosten. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met ruim zeven maanden was overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.000 en proceskosten van €453,50 aan appellante.
Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de beëindiging van de ZW-uitkering in stand bleef. De uitspraak benadrukt de zorgvuldige toetsing van medische en arbeidskundige gegevens en bevestigt het belang van een tijdige rechtsgang.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd en de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.