ECLI:NL:CRVB:2025:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op besluit WIA-uitkering na afwijzing nieuw feit
Appellante, werkzaam als hulp in de huishouding, viel in december 2010 uit wegens fysieke klachten. Het UWV weigerde bij besluit van 4 februari 2013 om haar een WIA-uitkering toe te kennen. Na een verzoek in 2022 om terug te komen op dit besluit, wees het UWV dit af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Appellante stelde dat er nieuwe medische feiten zijn, zoals de diagnose fibromyalgie en CVS, en psychische klachten zoals angstaanvallen. De Raad oordeelt echter dat deze aandoeningen al in 2013 bekend waren of niet voldoende zijn onderbouwd als nieuw feit. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat de klachten en beperkingen reeds in 2013 waren meegewogen en dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten.
De Raad toetst of het besluit evident onredelijk is en concludeert dat dit niet het geval is. Het oorspronkelijke besluit is niet onmiskenbaar onjuist en de afwijzing van het verzoek om terug te komen is zorgvuldig gemotiveerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de weigering van een WIA-uitkering blijft in stand.