ECLI:NL:CRVB:2025:1382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade wegens onjuiste mededeling over Wlz-verzekering niet toegekend
Appellant, met Portugese nationaliteit en woonachtig in Nederland, ontving een invaliditeitspensioen uit Zwitserland. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had onterecht bevestigd dat appellant verzekerd zou zijn voor de Wet langdurige zorg (Wlz) bij vestiging in Nederland. Na vestiging bleek dit niet mogelijk vanwege dwingende bepalingen van EG-Verordening 883/2004.
Appellant maakte bezwaar en vorderde schadevergoeding wegens het gewekte vertrouwen, maar de Svb wees dit af. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit en bepaalde dat de Svb moest beoordelen of compensatie verschuldigd was. De Svb handhaafde het besluit en wees schadevergoeding af, waarna appellant in beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het vertrouwen gerechtvaardigd was, maar dat honorering daarvan niet mogelijk is vanwege dwingende EU-regels. Vergoeding is beperkt tot dispositieschade, die appellant onvoldoende heeft onderbouwd. Materiële schade zoals premieverschillen en immateriële schade zoals psychische klachten werden niet voldoende aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van schadevergoeding bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om schadevergoeding wegens onjuiste mededeling over Wlz-verzekering wordt afgewezen.